Het wonderlijke kerstverhaal van meneer Haq

Bart Luppes
9 min readDec 24, 2022

Ik ga jullie nu een kerstverhaal vertellen over het wonder van meneer Haq. Let goed op want het is een bijzonder verhaal en niet iedereen gelooft het, maar dat is vaker zo met een wonder. Het verhaal begint op een maandagmorgen in de Javastraat in Amsterdam. De zon scheen wel maar toch was het ontzettend koud, zo koud dat het zelfs licht vroor. De mensen op straat hadden zich dan ook goed ingepakt met dikke jassen en wanten en mutsen en dassen en als de mensen ademden of spraken dan kwam er een wolkje uit hun mond. Van een kerststemming was nog niet echt sprake. Mensen hadden haast en stootten elkaar aan bij het inhalen op de drukke stoep en vanuit auto’s werd luid getoeterd omdat men vond dat er verderop werd getreuzeld met inparkeren of uitladen of meer van dat soort dingen die nou eenmaal gebeuren in een drukke winkelstraat. Toch was het niet alleen de maandag of de kou dat voor dit chagrijn zorgde. Het was namelijk zo dat het bijna kerst was en bijna iedereen nog zat te wachten op pakketjes die maar niet werden bezorgd. Niemand wist waar ze waren en zeg nou zelf, dat is ook iets om behoorlijk onrustig van te worden.

Maar hoe druk en luid het buiten ook was, zo rustig en kalm ging het er in de winkel van meneer Haq aan toe. Meneer Haq is een Egyptenaar en niemand weet of hij wel echt meneer Haq heet maar zijn winkel heet Haq dus noemen alle mensen hem meneer Haq en daar laat iedereen het verder maar bij. De winkel van meneer Haq is één groot rommeltje. Je kunt er bijvoorbeeld oude elektronica kopen en telefoonhoesjes in alle soorten en maten. Ze hangen werkelijk overal aan de muur. Maar op deze koude maandagmorgen was er bijna geen telefoonhoesje te zien, zo’n rommeltje was het in de winkel van meneer Haq. Overal waar je maar keek lagen pakketjes. Dozen, zakken en kokers, groot en klein, van karton en van plastic en noem het allemaal maar op. Ze kwamen overal vandaan en dat is niet zo gek want wat ik nog niet had verteld is dat de winkel van meneer Haq eigenlijk een klein postkantoortje is waar normaal gesproken op wonderbaarlijke wijze alle pakketjes van alle mensen in Amsterdam Oost worden bezorgd, ook al heb je helemaal niet gezegd dat ze daar moeten worden afgeleverd. Maar toch gebeurt het en dat is al het eerste wonder van dit verhaal!

Het tweede wonder is dat meneer Haq altijd de juiste pakketjes weet te vinden, ook al is het zo’n rommel. Want wij als gewone mensen vinden misschien dat dit een huishouden van Jan Steen is maar voor meneer Haq is het de normaalste zaak van de wereld. Je hoeft je naam maar te noemen en te vertellen welke dienst het pakket heeft bezorgd en meneer Haq vist het zo ergens vandaan, of het nou vanachter de toonbank is of in de hoek naast de gedateerde koptelefoons of uit zijn holle kies. Hij doet het toch maar en ik vind ook dat we verder niet moeten zeuren over zijn rommeltje want ga er maar aan staan om het warme en zonnige Egypte te verruilen voor een koud en kil Nederland waar de mensen petten en sjaals en wanten dragen en waar je bibberend in je bed ligt om daarna trillend van de kou alle pakketjes op de juiste plek te leggen en dan ook nog aan moet horen dat jouw zaakje een enorme rotzooi is! Durf, daadkracht, discipline en doorzettingsvermogen, meneer Haq heeft het allemaal en zo zie je maar dat je dan een heel eind komt in het soms toch moeilijke leven.

Nu komen we aan bij het derde wonder en het derde wonder is dat er op deze maandagmorgen verder niemand in de zaak was zodat meneer Haq en ik inderdaad met zijn tweeën waren. Meneer Haq had een warm trainingspak aangetrokkken en een kleine sjaal omgedaan en voordat ik ook maar iets kon zeggen was hij me al voor en sprak: het is koud hè meneer! In Egypte zwemmen de mensen nu in de zee! En wij zitten hier in de kou! En wat is uw naam dan ga ik het pakketje zoeken! Hij liet mij achter en even later kwam hij terug met een doos die voor mij bestemd was. Meneer Haq zei dat het even duurde omdat hij het zo koud had en hij moest denken aan Egypte waar hij vandaan kwam en waar de mensen ook in december en januari en februari gewoon in de zee zwommen en dat daar vroeger, ja echt heel erg lang geleden, van alles was gebeurd. Ondertussen waren we al lang niet meer met zijn tweeën in de kleine winkel van meneer Haq, de rij stond al bijna tot aan de deur maar het verhaal was nog niet klaar. Meneer Haq praatte maar en praatte maar en jullie willen nu vast weten wat hij allemaal heeft gezegd. Dat zal ik in het kort proberen te vertellen want het verklaart een heleboel.

Voor meneer Haq begon het leven in een mooi huis in Egypte en om precies te zijn in de stad Luxor. Zijn vader (die ook meneer Haq heette) leidde daar rijke mensen langs de mooiste tempels, zoals de tempel van Ramses III en de tempel van Mut en de tempel van Hatsjepsoet. Hij verdiende daar genoeg geld mee om een klein gezinnetje van te onderhouden want je moet weten dat onze meneer Haq ook nog twee broertjes en een moeder had. Heel erg veel was er voor de kinderen verder niet te beleven en veel mis ging er ook niet dus spoelen we dit verhaal even door tot het moment dat meneer Haq als twintiger kwam te werken op een schip dat over de Nijl voer. De kapitein was een grijze man die meneer Haq vele wijze spreuken uit het oude Egypte leerde, bijvoorbeeld: De oude mens is de schatkamer van de wijsheid of Wie weet en niet doet, is als iemand die nooit geleerd heeft of Een goed geheugen is beter dan rijkdom. Vooral dat laatste knoopte meneer Haq goed in zijn oren want veel geld had hij niet maar hij kon onthouden als de beste. Op een dag stelde de kapitein aan meneer Haq (die inmiddels was gepromoveerd tot zijn assistent) voor om naar de Middellandse Zee te varen en daar het ruime sop te kiezen. Dat leek meneer Haq wel wat en zo voeren ze en voeren ze, dag en nacht voeren ze maar door, tot ze op een dag in Caïro aanmeerden om even uit te rusten. Op de kade stond een zeer oude vrouw naar meneer Haq en de kapitein te wuiven. Meneer Haq klom van boord en vroeg de zeer oude vrouw wat er aan de hand was en wat bleek: het postschip naar Amsterdam was net vertrokken en ze was te laat geweest om haar doosje mee te geven en of meneer Haq en de kapitein het misschien voor haar mee konden nemen. De twee mannen hoefden elkaar niet aan te kijken om te weten dat ze allebei wel zin hadden in dit nu al gekke avontuur. De zeer oude vrouw overhandigde het pakketje en zei: als het jullie ervoor zorgen dat dit doosje in juiste handen terecht komt, dan overlaad ik jullie met geluk. Maar lukt het niet, dan… Zonder haar zin af te maken schuifelde ze weg zonder nog maar één keer om te kijken. Meneer Haq keek eens goed naar het doosje en tot zijn grote schrik zag hij dat er geen adres op stond. Dat was het moment dat hij besefte dat dit een flinke klus zou gaan worden. De twee mannen lieten zich er niet door uit het veld slaan en zetten koers richting Europa. Ze voeren via de Nijldelta langs Cyprus en Malta en de straat van Gibraltar en Het Kanaal en via de zeesluis bij IJmuiden kwamen ze uiteindelijk na een lange reis aan in de stad Amsterdam. Het regende dat het goot en de wind waaide alle bladeren van de bomen. Toch ging meneer Haq van boord, het doosje stevig onder zijn arm. Op dat moment riep de kapitein: al die regen en die wind, dat is niets voor mij en ik geloof dat ik thuis het gas aan heb laten staan, tabee! en weg was hij. Toen stond meneer Haq er helemaal alleen voor. Hij vroeg aan iedereen die hij tegenkwam of zij wisten van wie het pakketje was maar niemand wist het, het was om moedeloos van te worden. Op een avond zat meneer Haq wat te eten in Egyptisch Specialiteitenrestaurant De Pyramide toen de eigenaar hem zei dat hij misschien maar een postkantoor moest openen omdat daar altijd mensen komen die op zoek zijn naar pakketjes. De eigenaar bedoelde het eigenlijk als grap maar meneer Haq lachte niet en een dag later opende hij in de Javastraat een klein winkeltje waar hij een klein postkantoortje begon en gedateerde elektronica en telefoonhoesjes ging verkopen. Maar dat is alweer twintig jaar geleden en in de tussentijd er zijn veel mensen geweest om een pakketje op te halen maar er is niemand gekomen voor het geluksdoosje. Is dat nou geen verdrietig verhaal?

Door deze merkwaardige samenloop van omstandigheden stond er nu wel een lange rij mensen in een klein, rommelig winkeltje in de Javastraat, waar de sfeer wat grimmiger begon te worden. Het kerstgevoel was ver te zoeken en de mensen schreeuwden en joelden dat ze weinig tijd hadden en een pakje zochten en dat het zo lang duurde en wanneer het nou eens afgelopen was met meneer Haq en zijn wilde verhalen, maar dat interesseerde meneer Haq verder geen moer want er was nooit iemand die hém ooit eens een verhaal vertelde en hij was al zo eenzaam, want hij was altijd maar aan het werk.

Toen was het tijd voor het vierde wonder en dat is misschien wel de grootste van allemaal. Ineens zwaaide de deur open en riep een grote man met een witte baard en een rode muts: ho, ho ho! Wat hoor ik hier allemaal voor gezeur! Meneer Haq doet iedere dag zijn best om jullie alles te geven wat jullie maar willen! Jullie weten van gekkigheid niet meer wat jullie moeten bestellen en die arme meneer Haq heeft helemaal niets! Iedereen was stil en keek wat naar de grond of naar de hoesjes aan de muur of naar de honderden pakjes die door het hele winkeltje verspreid lagen. De grote man met de witte baard wurmde zich door de rij en zette zijn warme rode muts op het kale hoofd van meneer Haq. Het grappige aan die muts was dat er een wit bolletje aan de punt vast zat waardoor meneer Haq ineens leek op een kerstman zonder baard. Iedereen moest ervan lachen maar meneer Haq moest een beetje huilen maar zei toen hij zijn tranen wegveegde: ik geloof dan misschien niet in hetzelfde wonder als veel van jullie maar ik wens iedereen toch hele fijne kerstdagen! En ik zal direct aan de slag gaan om al jullie pakketjes te vinden! Een luid gejuich steeg op en de buurman die een handeltje in verlichting had zei: ik zal een mooie ster op de voorgevel timmeren, dan weten alle mensen dat ze hier moeten zijn om hun pakketje op te halen.

Het verhaal dat alle verloren pakketjes van alle mensen (en dat zijn er een heleboel) in het winkeltje van meneer Haq waren beland verspreidde zich als een lopend vuurtje en de rij werd langer en langer. De hele stad liep uit en mensen reisden van heinde en verre af om het wonder van meneer Haq zelf te zien. Niemand vroeg zich af hoe dit allemaal kon, want het gebeurde nou eenmaal en daar was verder niets aan te doen. Er kwamen wijzen uit het Oosten die wilden weten of hun zoekgeraakte goud, wierook en mirre hier misschien was bezorgd, er was een maagd die net was bevallen van een klein mannetje (met nu al twaalf volgers!) die wachtte op een pak luiers en er stonden zelfs een ezel en een os voor de deur maar die gingen toch maar naar een stal even verderop, omdat ze zelf ook wel inzagen dat er voor hen geen plek meer was in het kleine winkeltje. En het wonderlijke was: meneer Haq had voor iedereen een pakketje en hij wist steeds precies waar hij moest zoeken want een goed geheugen is tenslotte waardevoller dan de grootste rijkdom. Aan het eind van de dag was de hele zaak leeg, zelfs het doosje uit Egypte was opgehaald! En net toen meneer Haq het licht uit wilde doen kwam er een engel uit het systeemplafond en die zong: het mooie aan wonderen is dat ze ongelooflijk zijn maar toch waar! Gloria in excelsis Deo en in de mensen een welbehagen! En het is sinds die dag dat meneer Haq de gelukkigste man is van de Javastraat.

Dat is het einde van deze bijzondere vertelling over meneer Haq. En je hoeft het allemaal niet te geloven maar het zou leuk zijn als je dat wel doet. Vrolijk kerstfeest!

--

--